28 januari 2026
Woensdag 11 februari vindt in het Gallo-Romeins Museum een voorstelling plaats van dr. Robert Nouwens’ nieuwste boek: ‘Rome en de Lage Landen’. Voor het eerst sinds de jaren 1980 vertelt een publieksboek het volledige verhaal van de Gallische oorlogen tot de wereld van Clovis.
Na de veroveringen van Caesar drukten de Romeinen een onuitwisbare stempel op het gebied dat nu België en Nederland vormt. Ze organiseerden het bestuur, legden wegen aan, stichtten steden die uitgroeiden tot bakens van Romeinse cultuur en ontwikkelden deze uithoek – met zijn vruchtbare gronden, economische centra en een onmisbaar reservoir aan soldaten – tot een sleutelregio van het West-Romeinse Rijk. Het is duidelijk, onder het Romeinse bewind ondergingen de Lage Landen een ongelooflijke transformatie. De integratie van deze regio in het Romeinse Rijk was het werk van keizer Augustus. Deze keizer was echter niet de nobele staatsman en vredestichter waarvoor hij vaak doorgaat, maar wel een brute imperialist in de beste Romeinse traditie die tot het einde van zijn leven getracht heeft het Romeinse Rijk uit te breiden tot aan de Elbe. Al snel kregen verdienstelijke Galliërs, zoals keizer Claudius hen noemt, het Romeinse burgerrecht en de voordelen die daarbij hoorden. Echter, dit door sommigen geroemde inclusieve Romeinse burgerrecht berustte op niets anders dan collaboratie met de bezettende macht.
Vanaf het einde van de eerste eeuw na Christus kan men in de Lage Landen spreken van de Pax Romana. De regio hoorde inmiddels tot de provincies Gallia Belgica en Germania Inferior en was georganiseerd in civitates of bestuursdistricten. De Romeinse limes aan de Rijn vormde dankzij een grote militaire aanwezigheid een gestabiliseerde grenszone. Nieuwe stichtingen zoals Tongeren, Voorburg of Nijmegen ontwikkelden zich tot bloeiende steden. Langs het wegennet kenden de nederzettingen een grote welvaart. Tussen 200 voor Christus en 150 na Christus kende West-Europa een mild klimaat dat werd gekenmerkt door gematigde temperaturen en regelmatige neerslag. Men noemt deze periode ook het Romeinse klimaatoptimum. De combinatie van gunstige temperaturen, veel zonneschijn en voldoende neerslag zorgde voor een sterke landbouweconomie.
Toch had de Romeinse overheersing ook een donkere keerzijde. De verwoestende Gallische oorlogen en opstanden kostten duizenden mensen het leven. De daaropvolgende Pax Romana bracht dan wel welvaart, maar was ook gebaseerd op een gewapende vrede. Niet zonder reden schreef de Romeinse geschiedschrijver Tacitus dat de troepen aan de Rijn niet alleen bedoeld waren om een mogelijke dreiging van over de Rijn af te weren, maar ook om de bevolking van de grensregio en het achterland stevig onder de knoet te houden. Het einde van het Romeinse klimaatoptimum, veroorzaakt door luchtvervuiling ten gevolge van mijnbouw en massale bomenkap, leidde tot een geleidelijke klimaatverandering waarbij het gemiddeld iets kouder en iets droger werd. Tegelijk met het einde van het Romeinse klimaatoptimum duiken de eerste meldingen van de Pest van Antoninus op die in de derde eeuw gevolgd werd door de epidemie Cyprianus. Deze fenomenen vielen samen met een algemene economische en politieke crisis in het Romeinse Rijk die versterkt werd door de disfunctie van de Romeinse overheid. Finaal luidde een nietsontziende machtsstrijd tussen brute keizers, troonpretendenten en lokale krijgsheren het einde van het Romeinse gezag in het westen in. En zo wordt ook duidelijk dat de zogenaamde val van het West-Romeinse Rijk weinig te maken heeft met ‘Romeinse decadentie’ of ‘grote volksverhuizingen’ niets anders zijn dan mythes die tot op de dag van vandaag doorleven.
Al te lang bleven de Lage Landen in de periferie van het Romeinse Rijk. Door onze streken resoluut naar de middelpunt van de aandacht te schuiven, schrijft Robert Nouwen niet alleen een boek over het leven aan de noordgrens van het Imperium. Hij werpt tegelijk een verrassend nieuw licht op de geschiedenis van het oude Rome zelf.
Robert Nouwen, geboren op 20 maart 1959 in Bree, groeide op in Heusden-Zolder, waar hij zijn schooltijd doorbracht, eerst in de Gemeentelijke Jongenschool in Heusden-Centrum en vervolgde in het Heilig-Hart-College in Heusden-Berkenbos. Hij studeerde geschiedenis en archeologie aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij in 1993 onder leiding van Prof. Dr. Hubert Devijver zijn doctoraat behaalde met een proefschrift getiteld “De Tungri in het Imperium Romanum.” Robert Nouwen was gedurende vier jaar werkzaam in het onderwijs. Sedert 1987 was hij professioneel actief in de museum- en erfgoedsector als conservator van het Gallo-Romeins Museum Tongeren (1987-1998), collectiebeheerder van het Openluchtmuseum Bokrijk (1998-2009) en archivaris van de Provincie Limburg (2009 -2014/2021-2023). Van 2014 tot 2019 was hij directeur erfgoedcollecties van de Koninklijke Bibliotheek van België. Op dit ogenblik is Robert Nouwen actief als onafhankelijk onderzoeker en auteur. Hij publiceerde talrijke bijdragen op het vlak van Gallo-Romeinse archeologie en geschiedenis, landelijke geschiedenis van de negentiende en de vroege twintigste eeuw en museologie. Zijn recentste boeken zijn België in oude prenten (red. 2017), De Romeinse heerbaan (2021) en Ambiorix tegen Caesar (2023). Robert Nouwen is lid van de Koninklijke Academie voor Archeologie en Kunstgeschiedenis van België.
Contact
Patrick Mathei
Medewerker communicatie
+ 32 12 67 03 55
patrick.mathei@